Selecteer een pagina

Hoe een val me uit mijn ochtendritme haalt

Het is dinsdag, de eerste dag van stilzitten. Gisterenavond tijdens de hardlooptechniektraining heb ik een beste smak gemaakt. Door een zijwaartse stap over de horde verloor ik mijn balans en viel ik volledig achterover. Mijn been klapte onder me en mijn rechtervoet volgde de beweging al dubbel klappend na. Het resultaat: een behoorlijke dikke enkel en een belabberde nachtrust.

Daar gaat mijn vertrouwde ochtendritme
Ik merk nu pas hoe ik gehecht ben aan mijn ochtendritme. In het donker langs het bed, zodat niemand wakker wordtAlvast naar beneden in mijn nachtgoed en gewoon in etappes langzaam wakker worden. En dan een sterke bak koffie in de keuken, waar zelfs de hond me geen goedemorgen zegt omdat het net 6 uur is geweest. Dat Gata nu allemaal niet. Ik kan beter blijven liggen totdat de anderen ook wakker zijn.

Na een brakke nacht spring ik maar al te graag onder een warme douche. Heerlijk zo’n huis dat niets zegt, omdat mijn gezinsleden nog op één oor liggen. “Kom maar”, zegt mijn wederhelft, “ik help je wel.” Hij dirigeert me hoe te doen en te handelen, terwijl hij de douchedeur open laat staan – vast en zeker om me te behoeden voor een nieuwe val. ‘Heb je geen idee dat het tocht?’ denk ik onderwijl.  

Wat trek ik aan?
Na wat gestuntel met afdrogen, sta ik even later voor mijn kledingkast. Wat trek ik aan? Ongeacht blessure is dit altijd mijn vraag als ik voor mijn kast sta, nog zo’n ochtendritueel. Nu realiseer ik me dat mijn normale ritme niet handig is: iets aantrekken, en als het niet goed voelt, weer uittrekken. Hmmm, de druk ligt hoog, want ik moet nu in één keer goed kiezen. Blijkbaar wekt mijn stilte (nadenken) voldoende irritatie op bij manlief. “Je kunt toch gewoon een trainingsbroek aantrekken?” 

Gewoon een trainingsbroek, denk ik. Tuurlijk weet ik dat het makkelijk mag zijn wat ik aantrek, iets dat met gemak over mijn zere enkel past. Dan schiet de bordeauxrode trainingsbroek van zoonlief me te binnen. Blijkbaar zeg ik dit hardop, want naast me hoor ik: “Mama, wil je mijn bordeauxrode broek aan?” Ik hoor wat ongeduld in zijn stem. Hij staat even later geïrriteerd naast me, het is ook nog vroeg (net 8 uur). Dan besef ik dat deze broek al een paar dagen is gedragen, geen optie dus. De bordeauxrode trui die erop kan passen mag ook in de kast verdwijnen, iets dat me overigens niet lukt omdat mijn handen bezet zijn voor de krukken die me steunen.

Ik heb voor het gemak te kiezen
‘Miranda, adem in en uit (tel tot veertig) en wordt niet boos’, klinkt een sussend stemmetje ergens ver weg in mijn hoofd. Als de huisarts, die ik straks zie, me doorstuurt naar het ziekenhuis, heb ik voor het gemak te kiezen, bedenk ik me. Wederom komt, op advies van de mannen in mijn huis, de trainingsbroek tevoorschijn. Wanneer ik ‘m eenmaal aanheb, is blijkbaar van mijn gezicht af te lezen dat ik hier diepongelukkig van word. Het flatteert me niet, een tientonner is er niets bij.

Wijselijk houdt manlief zijn mond, ook al hoor ik aan zijn zucht dat ook zijn geduld opraakt. In een staat van ontploffen zeg ik dat ik mijn huispak aandoe. Zwart, lekker veilig, van fluweel, heerlijk zacht. De lengte van de broekspijpen is misschien iets te lang, maar dat neem ik op de koop toe. Ik bepaal wat ik aantrek. Dat is tenminste nog iets dat ik zelf kan bepalen nu de eerste dag van stilzitten in begonnen. 

Wil jij je steentje bijdragen?
Ik strompel met krukken, die vreselijk onhandig zijn, naar beneden. Het is al half negen, ik heb mijn eerste bak koffie nu wel verdiend. Tjee, wat kan dat heerlijk zijn. Zo meteen kan ik bij de huisarts terecht, ik vermoed dat zij geen goed nieuws voor me heeft en dat ik mijn hardloopwedstrijd op mijn buik kan schrijven. Dat is superzuur, ik had er onwijs naar uitgekeken. Maar bovenal komt hierdoor mijn inzamelingsactie voor KWF Kankerbestrijding in het gedrang. Mocht je graag een steentje willen bijdragen, zodat ik in ieder geval dát doel wel behaal, dan dank ik je op voorhand hartelijk.